Alle berichten van Martin en Jet Vink

Dag 35 La Portela – Portomarin

Zondag 27 juli 2014
Vandaag was de weg een ‘rue d’amour’. Niet een decolleté zoals Fransen een rue d’amour plegen te noemen, maar een echte weg van de liefde. We hebben liefde in alle soorten en maten gezien. De iklaatjenietmeerlos liefde, de hetmagvandewet liefde en de liefde die door de maag gaat, maar daarover dadelijk meer.

We hebben vandaag 90 km gefietst, dat lijkt niet veel, maar we hebben ondertussen drie passen beklommen. De Cebreiro op 1300 meter, de Alto San Roque op 1270 meter en tot slot de Alto do Poio op 1335 meter. De uitzichten waren adembenemend. Het ging makkelijk, we hadden goede benen. Onze pedalen draaiden in stimulerende cadans rond. Te vergelijken met de één of ander dancetrack.

Veel moeilijker hadden we het met de klim na Sarria, hetgeen hoogstwaarschijnlijk het gevolg was van de liefde, maar zoals gezegd, daarover dadelijk meer.
Vandaag weer een stuk met de wandelaars opgetrokken. Zij lopen aan de linkerzijde van de weg, de (zeldzame) fietsers aan de rechterzijde. Het mag stereotype klinken, maar de Nederlandse wandelaars haal je er zo uit. Nederlandse wandelaars hebben een stevige tred, alsof ze de tocht in één dag af willen leggen en geen tijd te verliezen hebben. Zo ook een jonge (+/-25 jaar) vanochtend aan de voet van de Cebreiro. Het zal ongeveer 08.00 uur zijn geweest. Hij moet toch al zo’n 25 dagen onderweg zijn, maar hij had een pas alsof dit zijn eerste dag was.
Kort daarna zagen we een wandelaar op blote voeten. Schoeisel is een probleem voor wandelaars, zoals pijn aan je kont voor fietsers. Tijdens pauzes is dit een veelbesproken onderwerp. De één zweert bij stevige wandelschoenen, de ander bij luchtige sandalen of slippers. Een wandelaar op blote voeten hadden we nog niet gezien. ‘Restecp’, zoals Ali G. zou zeggen.
Nu naar de liefde. Vanochtend zagen we we een koppel hand in hand de Camino lopen. Ondanks het vroege uur en ondanks dat zij al dagen zo gelopen hebben, gingen zij volledig in elkaar op. Ze hadden volop gespreksstof en ook aan liefdevolle wederzijdse blikken ontbrak het niet. Ik ben er een tijdje achter gaan fietsen en heb het gefilmd. Toen ik ze inhaalde heb ik hen gezegd dit een prachtig gezicht te vinden. Ze waren er duidelijk verlegen mee, maar lieten niet los.
Nadat we de top van de Alto San Roque hadden bereikt heb ik onze bidons met drinkwater imagegevuld. Aan water kan je in dit land nooit een teveel hebben. Toen ik terug kwam met de volle bidons zei Jet ‘je mag ze wel feliciteren’. Jet’s wish is my command, dus ik deed dat prompt. ‘Van harte gefeliciteerd met je verjaardag’ en ik stak mijn hand alvast uit. ‘In het Engels, ze verstaan geen Nederlands’, reageerde Jet. ‘Hyperthepipe and a happy birthday’, en weer wilde ik mijn hand geven. ‘Nee joh’, kwam Jet weer tussenbeide ‘ze zijn net getrouwd’. Toen zag ik het pas. Zij had een gewone fiets en hij had een fiets met aanhanger, net als wij. Aan beide fietsen hing een vlaggetje met ‘just married’. Ze kwamen uit Roemenië en een week na hun trouwen zijn ze aan de reis begonnen. Ze hadden nu ongeveer 3000 km afgelegd en absoluut geen zin om te stoppen. Ik heb hen gefeliciteerd imageen gezegd dat als zij deze reis samen goed doorstaan het met hun huwelijk absoluut goed zou komen. Ik had overigens niet het idee dat ze op dit soort ouwe-mannen-adviezen zaten te wachten. En gelijk hebben ze.
Tot slot de liefde die door de maag gaat. Ik heb al eerder geschreven dat Jet als een bouwvakker eet. Als zij voor de zoveelste keer een hap van haar broodje gevuld met rozijnen en chocola neemt, dan hoor je eerst niets en na een paar seconden ‘plons’. Ze eet de hele dag door en is onverzadigbaar. Overdag neem ik hooguit een banaan, een appel en een yoghurt. Voor mij is dit voldoende en ik kom er elke bult mee over. Vandaag heb ik me laten verleiden tot het eten van een broodje … hoe heet dat eigenlijk in het Spaans? Het is een broodje met opmerkelijke namen. Wij noemen het een uitsmijter (??) in Duitsland noemen ze het een Strammer Max (kinky) en hier zal het wel zoiets heten als een broodje Eiophammos. Any way, de liefde ging door de maag, maar het was liefde van de ergste soort. Ik kreeg mijn benen niet meer rond en we moesten nog ruim 25 kilometer met klimmetjes van 9%.
Uiteindelijk zijn we op een kleine camping in Portomarin terecht gekomen. De route imagebeschrijving spreekt over een sobere camping. Ik had er niet veel verwachtingen van, maar het bleek een hartstikke leuke camping te zijn in een boomgaard met uitzicht op een meertje. Niet alles is goed doordacht op deze camping. Zo is de warmwaterkraan aan gesloten op de koudwaterleiding waarop ook de koudwaterkraan is aangesloten. Na ongeveer 10 minuten gewacht te hebben op warm water kom je hier pas achter. Geeft niets, blijft een leuke camping.
Het mooie van dit soort fietstochten is dat je tijd genoeg hebt om na te denken. Ik heb vrijwel de hele dag nagedacht over een vraag van Anneke aan Jet. ‘Is dit wel een vakantie?’ vroeg zij Jet. Goede vraag. Ik weet niet precies wat de definitie is van een vakantie, maar ik ben geneigd om onze reis niet in eerste instantie als een vakantie te omschrijven, maar wat is het dan wel? Jet noemt het een opdracht, een leuke opdracht wel te verstaan, maar iets wat bij leven en welzijn volbracht dient te worden. Ik sluit me hier bij aan.
We hebben inmiddels ook vriendschap gesloten met een hond. We noemen hem Regilio Tuur, want het is een mislukte boxer. En geloof het of niet, terwijl ik dit schrijf komen er imagetwee paarden de camping op gestoven. Ze struikelen bijna over mijn scheerlijnen. Wat zeg ik, er komen er nog een stuk of zeven en één struikelde inderdaad over mijn scheerlijn. Geweldig!

 

 

Dag 34 Rabanal – La Portela

71 km

30+ °C

Zaterdag 26 juli 2014
Hartstikke vroeg opgestaan. Weg van die camping die meer weg had van een autosloperij. Zelden hebben wij ons zo vies gevoeld. We namen ons dan ook voor om vandaag een hotel te boeken met ligbad, waarin we probleemloos een paar baantjes konden zwemen en waar we onze kleren konden wassen.

Na acht kilometer fietsen hebben we Cruz de Ferro bereikt. Een berg van 1503 meter waarop een ijzeren kruis staat, vandaar de naam Cruz de Ferro.image
Deze berg kent een lange traditie in de Camino. Mensen nemen iets van huis mee, doorgaans een steen en laten deze achter aan de voet van het kruis. Door de eeuwen heen is dit waarachtig een berg van stenen en steentjes geworden. Door het werpen van een steen legden de pelgrims een deel van hun ‘last’ af. Nu wordt het ook gebruikt om mensen te ge(her)denken. Jet heeft een steen uit de tuin van haar moeder, die onlangs is overleden, meegenomen. Daarop heeft zij alle namen geschreven van mensen die haar dierbaar zijn en na staan. Met het einde van deze reis in zicht, symboliseert het leggen van deze steen een afronding van een bewogen periode.
Het was heel bijzonder om op deze plek te zijn. Het was vroeg en koud. De zon was maar net op en bescheen het ijzeren kruis in een soort van oranje licht. Twee jongens, niet ouder dan 25 zongen Gregoriaanse gezangen. Ondanks het tijdstip hadden zich toch al zo’n 50 pelgrims bij het kruis verzameld. Iedereen luisterde muisstil naar het gezang. Ik ben niet religieus, maar dit was heilig.
Overal lagen steentjes, foto’s, kaartjes met namen en ontroerende teksten. We waren beide diep onder de indruk van deze ervaring.
Door het leggen van de steen heeft Jet iets veranderd. Een kleine verandering wellicht, maar evenzogoed een verandering. Tot op heden lag die steen er niet en nu wel. Bram Vermeulen heeft dit thema ooit bezongen in zijn nummer ‘ik heb een steen verlegd’. Ook Douwe Bob heeft een prachtig nummer geschreven over een steen. Sla de eerste 40 seconden maar over.


We zijn door het tot voor kort verlaten bergdorpje Foncebadón gereden, terwijl in de 10e eeuw hier zelfs nog een kerkelijk Concilie (kerkvergadering) plaatsvond. Zo hard kan verval gaan. Nu hebben een aantal vrijwilligers weer leven in dit dorp gebracht. Overigens al de dorpen aan de Camino leven van de wandelaars en fietsers. Zonder deze voorbijgangers zouden deze dorpen niet meer bestaan.
Na een afdaling van 15 km kwamen we in Ponferrada aan, waar we de geweldige burcht hebben bekeken. In Villafranca del Bierzo een heerlijke koffie gedronken.image
We hebben inderdaad een hotel genomen in La Portela. Volgens mij bestaat het dorp alleen maar uit dit hotel. Het werd heet en we hadden inmiddels al ruim 70 km gereden. We werden welkom geheten door een receptioniste. Ik keek even om me heen of ik haar bezem zag. Wat een ongelooflijke heks (niet haar uiterlijk, maar haar gedrag)!
Morgen pakken we de Cebreiro. Een pas van 1300 meter, maar met venijnige stukken.
Dan rijden we Galicië binnen. Vanaf dat punt stromen de rivieren richting oceaan en krijgen we te maken met een ander landschap en een ander klimaat.
Nog 190 km en de klus is geklaard.

Dag 33 Hospital de Órbigo – Rabanal

42 km

33 °C

Vrijdag 25 juli 2014
Vanochtend zijn we vroeg vertrokken van de Spaanse herrie camping. Van zachtjes doen hebben Spanjaarden nog nooit gehoord. Niet alle Spanjaarden natuurlijk, maar elkaar corrigeren was er ook niet bij. Onze Engelse buurman, een grote forse vent met lang sluik haar in een staart met een Harley Davidson, die (de motor) er overigens voortreffelijk uit zag, was very pissed. Omdat hij zulke aardige buren had, had hij zijn motor niet om 04.00 uur laten knetteren, maar wat had hij dat graag gedaan.
Na een aantal dagen over (hoog)vlaktes gefietst te hebben, fietsten we vandaag weer tussen de bergen. Dit hebben we liever. We zijn in Rabanal gestopt. Dat is een fraai middeleeuws dorpje, 8 km onder de top van Cruz de Ferro. We stopten om 11.15 uur en dat was veel te vroeg. Het verblijf in Rabanal viel erg tegen. We (en met name ik) hebben niet goed opgelet. Om te beginnen ligt Rabanal niet op 1400 meter hoogte, maar op 1150. Dit is nog het minste probleem. imageWe hebben ons laten verleiden om op een camping te gaan staan die helemaal geen camping is. Het was een niet onderhouden grasveldje bij iemand aan huis. Bij de eigenaresse thuis mocht je douchen en naar het toilet. Het huisje bestond naar schatting uit ongeveer 50 m2 en herbergde een winkeltje, badkamer keuken, slaapkamer (incl. TV). Het grasveldje zelf had geen water of stroom. Eigenlijk hebben we gewoon ‘vrij’ gekampeerd. Doen we nooit meer. We hebben ons stierlijk verveeld. Ondanks de verveling heeft het bezoek aan dit dorp nog een paar fraaie plaatjes opgeleverd. We hebben de mooiste paleizen van God gezien, maar indrukwekkender dan dat zijn de stalletjes van de Almachtige. Eén zo’n stalletje stond in Rabanal.image

Het leukste moment van de dag was nog wel een groep jonge wandelaars die het nummer Hotel California van de Eagles hard hadden opstaan. Met nog twee collen voor de boeg, gaan we vanaf morgen er weer lekker tegenaan.


De laatste dagen volgt onze weg het pad van de wandelaars.  Het zijn er honderden en toch valt de drukte reuze mee, eigenlijk is het wel gezellig. Het zijn vooral jonge mensen die de Camino lopen. Zeker niet ouder dan 25 jaar. Opvallend veel Amerikanen lopen de Jacobsroute. Zouden ze geïnspireerd zijn door de film? Eerder schreef ik al dat ze van alles meenemen (gitaar, viool, beauty-case, etc.), maar veel van de wandelaars zijn imageook nog eens excentriek. De meest idiote kapsels en uitdossingen kom je tegen. De één loopt ‘m in ondergoed terwijl de ander een soort van boerka draagt. Hartstikke leuk om daaraan voorbij te fietsen.Naarmate we verder op de route komen, zie je ook vriendschappen ontstaan. Wandelaars herkennen elkaar van eerdere momenten en kennen elkaar bij naam. Als fietser ben je toch een relatieve buitenstaander. Spanjaarden ervaren wij doorgaans als stug en als onvriendelijk. Niet alleen in het praten, maar ook in het handelen. Eten wordt bijvoorbeeld op je tafel gekwakt en het wordt absoluut niet gewaardeerd dat je geen Spaans spreekt.

Dag 32 Léon – Hospital de Órbigo

45 km

30+ °C

Donderdag 24 juli 2014
Vandaag is een soort van rustdag.

Na een overdadig ontbijt in het hotel, die duidelijk in de benen van Jet ging zitten (16 km/h op vlakke weg) kwamen we om 11.30 uur in Hospital de Órbiga aan.
Aanvankelijk leek Hospital de Órbiga op een of ander vergeten en duister indrustriestadje waar je geen camping zou verwachten, maar naar een paar bochten en steegjes kwamen we toch uit op een leuke camping. De camping wordt door uitsluitend Spanjaarden met vaste staanplaatsen bewoond. Ze hebben stuk voor stuk aandacht besteed aan hun imageplekje. Als je van tuinkabouters en sierhekjes houdt, dan is this the place to be. Ook heeft men hier afgesproken dat slechts één radio hard mag staan. Daaruit klinken de Spaanse equivalenten van André Hazes, Corrie en haar Rekels en Manke Nelis. Het stoort niet, in tegendeel.
Hospital de Órbiga bezit een monumentale pelgrimsroute. De bruggen in Cahors en Puente la Reina waren van grote schoonheid, maar deze is verreweg de mooiste.image
Morgen fietsen we naar Rabanal del Camino. Daar is een camping/albergue op bijna 1500 meter hoogte. Dat wordt dus klimmen.
Vandaag denken we nog eens goed na over wat we eventueel achter willen/kunnen/moeten laten. Dit is lastiger dan gedacht. Heb ik de reserve tentharingen nu echt nodig? Zal ik mijn regenbroek achterlaten? Die twee ongebruikte reserve handdoeken die ik nu al vijf weken meesjouw, die kan ik hier toch wel laten liggen? Kortom, we moeten hele simpele beslissingen nemen, al was het maar omdat het achterwieltje van Jet’s aanhanger het steeds weer dreigt te begeven. We moeten zorgen voor zo min mogelijk gewicht in dit karretje.
Het einde van onze reis nadert. Nog ruim 300 km met twee fikse ‘collen’ van zo’n 30 km, maar ook evenzoveel afdalingen met een bijna even lange lengte.
Jet en ik hebben bedacht om letterlijk vijf meter voor het bereiken van de kathedraal in Santiago de Compostela onze reis op te geven. Formeel hebben we ‘m dan niet afgerond en misschien, heel misschien doen we het dan over.
Deze tocht voelt aan als een goed boek, een heel goed boek. Het dwingt je alle mogelijke emoties en beproevingen te ondergaan. Er is geen ontkomen aan, tenzij je een paar bladzijden zou overslaan. Maar bij een goed boek sla je geen bladzijden over. Je leest ze nogmaals en nogmaals om de woorden en de daarachter liggende gedachten en gevoelens te proeven, te herkauwen om ze je eigen te maken.
Bij een goed boek ben je benieuwd naar het einde, tegelijkertijd zou je willen dat je voor eeuwig meegenomen wordt in het verhaal.
Jet en ik verlangen ….. nee snakken naar onze kinderen. Wellicht is dit de grootste beproeving geweest van deze reis. Groter dan het gevoel van nietigheid in een oneindig landschap, groter dan het trotseren van natuurwetten en groter dan het overwinnen van je eigen onwil. Tegelijkertijd zien we op tegen het einde van onze tocht. Het heeft ons veel gebracht en brengt nog elke dag bijzondere ervaringen.


Van collega Johanna heb ik ooit het boek Leefregels van Benedictus gekregen. Ik heb dit boek in een ademtocht uitgelezen, terwijl dit juist niet de bedoeling is. Benedictus stelt dat het van het grootste belang is te weten wanneer je aan iets moet beginnen, maar het vermogen om op het juiste moment te stoppen is wellicht nog belangrijker. Jet en ik hebben duidelijk nog veel te leren.

Dag 31 Sahagún – Léon

61 km

34 °C

Woensdag 23 juli 2014
Vandaag vonden we het jammer om niet in Nederland te zijn. We begrijpen dat Nederland in diepe rouw is gedompeld vanwege de aanslag op het vliegtuig waarbij zoveel zinloze doden zijn gevallen waaronder heel veel Nederlanders. Op zo’n moment willen wij dan het liefst onder Nederlanders zijn.
Ook wij zijn om 16.00 uur stil geweest en in gedachte bij de getroffenen.

We hebben

imagevandaag de kathedraal van Léon bezocht. De bouwwijze en vooral de kleuren die in de kathedraal zijn gebruikt, zijn bedoeld om de weg naar de hemel uit te beelden. Een wrange gedachte op een dag als deze. De Spaanse TV besteedt er nauwelijks aandacht aan.image
Léon is na Logroño, Burgos en al die andere historische plaatsen het zoveelste juweeltje die we tegen zijn gekomen. Léon kent geen camping, vandaar dat we een hotelkamer hebben op 100 meter lopen van de oude binnenstad.

Oh ja, gisteren in Sahagún nog een mooi staaltje incasseren meegemaakt. Een klein mennekke van ongeveer vijf jaar duwde zijn zusje van twee jaar iets te hard, waardoor zij haar hoofd stootte en begon te huilen. Zijn moeder schreeuwde iets, het mannetje ging krom staan met zijn kontje omhoog, kreeg daar, midden op een plein vol mensen een ferme tik tegen en de kou was uit de lucht.