Dag 32 Léon – Hospital de Órbigo

45 km

30+ °C

Donderdag 24 juli 2014
Vandaag is een soort van rustdag.

Na een overdadig ontbijt in het hotel, die duidelijk in de benen van Jet ging zitten (16 km/h op vlakke weg) kwamen we om 11.30 uur in Hospital de Órbiga aan.
Aanvankelijk leek Hospital de Órbiga op een of ander vergeten en duister indrustriestadje waar je geen camping zou verwachten, maar naar een paar bochten en steegjes kwamen we toch uit op een leuke camping. De camping wordt door uitsluitend Spanjaarden met vaste staanplaatsen bewoond. Ze hebben stuk voor stuk aandacht besteed aan hun imageplekje. Als je van tuinkabouters en sierhekjes houdt, dan is this the place to be. Ook heeft men hier afgesproken dat slechts één radio hard mag staan. Daaruit klinken de Spaanse equivalenten van André Hazes, Corrie en haar Rekels en Manke Nelis. Het stoort niet, in tegendeel.
Hospital de Órbiga bezit een monumentale pelgrimsroute. De bruggen in Cahors en Puente la Reina waren van grote schoonheid, maar deze is verreweg de mooiste.image
Morgen fietsen we naar Rabanal del Camino. Daar is een camping/albergue op bijna 1500 meter hoogte. Dat wordt dus klimmen.
Vandaag denken we nog eens goed na over wat we eventueel achter willen/kunnen/moeten laten. Dit is lastiger dan gedacht. Heb ik de reserve tentharingen nu echt nodig? Zal ik mijn regenbroek achterlaten? Die twee ongebruikte reserve handdoeken die ik nu al vijf weken meesjouw, die kan ik hier toch wel laten liggen? Kortom, we moeten hele simpele beslissingen nemen, al was het maar omdat het achterwieltje van Jet’s aanhanger het steeds weer dreigt te begeven. We moeten zorgen voor zo min mogelijk gewicht in dit karretje.
Het einde van onze reis nadert. Nog ruim 300 km met twee fikse ‘collen’ van zo’n 30 km, maar ook evenzoveel afdalingen met een bijna even lange lengte.
Jet en ik hebben bedacht om letterlijk vijf meter voor het bereiken van de kathedraal in Santiago de Compostela onze reis op te geven. Formeel hebben we ‘m dan niet afgerond en misschien, heel misschien doen we het dan over.
Deze tocht voelt aan als een goed boek, een heel goed boek. Het dwingt je alle mogelijke emoties en beproevingen te ondergaan. Er is geen ontkomen aan, tenzij je een paar bladzijden zou overslaan. Maar bij een goed boek sla je geen bladzijden over. Je leest ze nogmaals en nogmaals om de woorden en de daarachter liggende gedachten en gevoelens te proeven, te herkauwen om ze je eigen te maken.
Bij een goed boek ben je benieuwd naar het einde, tegelijkertijd zou je willen dat je voor eeuwig meegenomen wordt in het verhaal.
Jet en ik verlangen ….. nee snakken naar onze kinderen. Wellicht is dit de grootste beproeving geweest van deze reis. Groter dan het gevoel van nietigheid in een oneindig landschap, groter dan het trotseren van natuurwetten en groter dan het overwinnen van je eigen onwil. Tegelijkertijd zien we op tegen het einde van onze tocht. Het heeft ons veel gebracht en brengt nog elke dag bijzondere ervaringen.


Van collega Johanna heb ik ooit het boek Leefregels van Benedictus gekregen. Ik heb dit boek in een ademtocht uitgelezen, terwijl dit juist niet de bedoeling is. Benedictus stelt dat het van het grootste belang is te weten wanneer je aan iets moet beginnen, maar het vermogen om op het juiste moment te stoppen is wellicht nog belangrijker. Jet en ik hebben duidelijk nog veel te leren.