Dag 33 Hospital de Órbigo – Rabanal

42 km

33 °C

Vrijdag 25 juli 2014
Vanochtend zijn we vroeg vertrokken van de Spaanse herrie camping. Van zachtjes doen hebben Spanjaarden nog nooit gehoord. Niet alle Spanjaarden natuurlijk, maar elkaar corrigeren was er ook niet bij. Onze Engelse buurman, een grote forse vent met lang sluik haar in een staart met een Harley Davidson, die (de motor) er overigens voortreffelijk uit zag, was very pissed. Omdat hij zulke aardige buren had, had hij zijn motor niet om 04.00 uur laten knetteren, maar wat had hij dat graag gedaan.
Na een aantal dagen over (hoog)vlaktes gefietst te hebben, fietsten we vandaag weer tussen de bergen. Dit hebben we liever. We zijn in Rabanal gestopt. Dat is een fraai middeleeuws dorpje, 8 km onder de top van Cruz de Ferro. We stopten om 11.15 uur en dat was veel te vroeg. Het verblijf in Rabanal viel erg tegen. We (en met name ik) hebben niet goed opgelet. Om te beginnen ligt Rabanal niet op 1400 meter hoogte, maar op 1150. Dit is nog het minste probleem. imageWe hebben ons laten verleiden om op een camping te gaan staan die helemaal geen camping is. Het was een niet onderhouden grasveldje bij iemand aan huis. Bij de eigenaresse thuis mocht je douchen en naar het toilet. Het huisje bestond naar schatting uit ongeveer 50 m2 en herbergde een winkeltje, badkamer keuken, slaapkamer (incl. TV). Het grasveldje zelf had geen water of stroom. Eigenlijk hebben we gewoon ‘vrij’ gekampeerd. Doen we nooit meer. We hebben ons stierlijk verveeld. Ondanks de verveling heeft het bezoek aan dit dorp nog een paar fraaie plaatjes opgeleverd. We hebben de mooiste paleizen van God gezien, maar indrukwekkender dan dat zijn de stalletjes van de Almachtige. Eén zo’n stalletje stond in Rabanal.image

Het leukste moment van de dag was nog wel een groep jonge wandelaars die het nummer Hotel California van de Eagles hard hadden opstaan. Met nog twee collen voor de boeg, gaan we vanaf morgen er weer lekker tegenaan.


De laatste dagen volgt onze weg het pad van de wandelaars.  Het zijn er honderden en toch valt de drukte reuze mee, eigenlijk is het wel gezellig. Het zijn vooral jonge mensen die de Camino lopen. Zeker niet ouder dan 25 jaar. Opvallend veel Amerikanen lopen de Jacobsroute. Zouden ze geïnspireerd zijn door de film? Eerder schreef ik al dat ze van alles meenemen (gitaar, viool, beauty-case, etc.), maar veel van de wandelaars zijn imageook nog eens excentriek. De meest idiote kapsels en uitdossingen kom je tegen. De één loopt ‘m in ondergoed terwijl de ander een soort van boerka draagt. Hartstikke leuk om daaraan voorbij te fietsen.Naarmate we verder op de route komen, zie je ook vriendschappen ontstaan. Wandelaars herkennen elkaar van eerdere momenten en kennen elkaar bij naam. Als fietser ben je toch een relatieve buitenstaander. Spanjaarden ervaren wij doorgaans als stug en als onvriendelijk. Niet alleen in het praten, maar ook in het handelen. Eten wordt bijvoorbeeld op je tafel gekwakt en het wordt absoluut niet gewaardeerd dat je geen Spaans spreekt.