En dan nog even dit ………

Woensdag 30 juli 2014
Gisteren en vandaag hebben we uitvoerig de stad Santiago de Compostela verkend. We hebben zelfs nog een klein wonder mogen meemaken, maar dat komt straks.

Gisternacht werden we beide tegelijkertijd om 05.00 uur wakker. We hebben nog even onze aankomst herkauwd en een plasje gedaan. Met name de aanmoedigingen en gejuich van wildvreemden dat ons het plein op begeleidde, heeft grote indruk op ons gemaakt.
De laatste etappe was een zeer zware etappe met meer klimmeters dan welke etappe ook, zelfs meer dan de Roelandspas in de Pyreneeën. Aangekomen in Santiago moesten we ook nog de Ruo do Olvido beklimmen. Dit is een Klinkerstraat met een enorm stijgingspercentage. Voor het eerst moesten we afstappen, het was te steil en de weg was te slecht.
Bij binnenkomst van de stad Santiago zie je de stad al liggen. In eerste instantie dachten we aan de Eusebiuskerk in Arnhem, want de kathedraal stond in de steigers. Zolang als dat ik de Eusebiuskerk ken, staat deze ook in de steigers, vandaar. Jet werd bij het aanzien van de kathedraal emotioneel. ‘Ben jij die bloody bastard waarvoor ik dit alles heb gedaan? Klootzak!’ Zelden zal dit overigens prachtige godshuis zo verwelkomd zijn. Dit soort emoties kun je je maar heel even permitteren, want zoals gezegd de stad geeft zich niet zomaar gewonnen. Om het plein voor de kathedraal te halen moet je nog een paar welhaast onneembare heuvels, verkeerspleinen en druk bevolkte steegjes met ware doodsverachting nemen. Santiago de Compostela is groot, mooi, druk en meeslepend. imageVerkeer raast van links naar rechts en van boven naar beneden.
Het navolgende is wat ongenuanceerd, maar ik vrees dat ik het meen. Direct na aankomst op ons eindpunt werden we aangesproken door een bedelaar met een of ander gebrek. Een gebrek dat overigens zo genezen is als je hen niets geeft. Het laatste waar je op dat moment op zit te wachten is zo’n meelijwekkende smoel. Ik mag hopen dat hij dit geveinsde gebrek in werkelijkheid mag overkomen. Dit is niet bepaald een pelgrimsgedachte, maar in Santiago (en overigens ook in andere pelgrimsplaatsen) word je besodemieterd waar je bijstaat.
Nadat we onze eerste indrukken hadden verwerkt, kwamen we Julian tegen. Een jonge imageFransman die we in midden Frankrijk hadden ontmoet. Een geweldig aardige en ontwapenende jongen, die ons direct de meest moeilijk vraag stelde ‘ wat is je het meest bijgebleven?’ We wisten het niet, desgevraagd wist hij het ook niet.
Ik ben zijn adres vergeten te vragen en dat spijt me. Ook ben ik het adres vergeten te vragen van Alex, een andere fietser die we hebben ontmoet. Voor het laatst zagen we hem in de Huiskamer van de Lage Landen. Dit is een ontmoetingscentrum voor Nederlandse pelgrims in Santiago. Alex zag er getekend uit, wat niet verwonderlijk is natuurlijk.
Wat ons gisteren niet lukte, lukte vandaag wel, namelijk de pelgrimsmis in de kathedraal bijwonen. Niets aan. Anderhalf uur van tevoren zaten wij braaf in de kerkbankjes om trim.BAB97A06-D7A6-4B91-BB90-F3C7C97A8242vooral niet te laat te zijn. Vervolgens een uur naar een verhaal geluisterd van bezielingsloze dienaren van God. Wat wel indruk maakt waren de meer dan 13 biechtstoelen die stuk voor stuk druk bezet waren. Naast de grote mis vonden er nog tal van mini-misjes plaats. De kathedraal in Santiago is een grootleverancier van religie.
We hebben een paar (elektrische) kaarsjes aangestoken. Eén voor iedereen die we vergeten zijn en het nodig heeft, maar voor een paar mensen in het bijzonder.
Eén voor May Bloemers uit Koningsbosch.
Eén voor Tante Pieta. Zij maak na het overlijden van tante Mien een zware periode door. Dat geldt natuurlijk ook voor Hans, Helga, Wim, José en kinderen.
Eén voor Ria Martens, de vrouw van mijn collega Frans Martens. Ria kan volgens mij een steun in de rug gebruiken.
Eén een voor de Franse lerares Engels, waarvan de man na een hartoperatie zo ziek is geworden en één voor de herbergier in Belorado.
Zo, en nu het wonder dat wij hebben mogen aanschouwen. In de kathedraal staat een goud verguld beeld van de heilige Jacobus. De algemene gedachte is dat omhelzing van dit beeld geluk en voorspoed brengt. Geluk en voorspoed komt je niet aanwaaien, nee daar moet je iets voor doen. In dit geval moet je een paar traptreden beklimmen om het beeld te bereiken om het vervolgens te kunnen omarmen. En juist op deze trap deed zich het wonder voor. Een vrouw viel. Doorgaans is vallen onderhevig aan de wetten van de zwaartekracht. Simpel gezegd, aardse stervelingen flikkeren naar beneden. Niet, in deze heilige situatie. Mevrouw viel weliswaar, maar naar boven. Ze donderde als het ware de Heilige Jacobus tegemoet. Een wonder.
De stad is overigens vergeven met ‘lullige’ kunst. Voor sommigen wellicht aanstootgevend, maar Jet en ik vonden deze beelden prachtig opgaan in het geheel.image

Ons verhaal zit er op.
We blazen nog een paar dagen uit en we verheugen ons er op al onze dierbaren snel weer te zien.